Alexander Pechtold: ‘De overheid moet ophouden voor geluksmachine te spelen’
Hoe krijgen we grip op de toekomst? Dat was de centrale vraag op de Dag van het Bestuur 2025. ‘De risicoaversie binnen de overheid staat het eerlijke verhaal in de weg, schept valse verwachtingen en leidt tot teleurstelling’, stelt Alexander Pechtold, algemeen directeur van het CBR. ‘De maatschappij vraagt om ambtenaren die het realisme – en de scherpte – terugbrengen in de beleidsvorming. Ze doen dat door politici en bestuurders te vertellen wat er nu eenmaal wel en niet kan.’

Hoe krijgen we grip op de kloof tussen uitvoering en beleid? Sinds de Toeslagenaffaire en het Groningse gasdossier wordt hier steeds nadrukkelijk aan gewerkt. In het boek Tot uw dienst betogen Alexander Pechtold en Bart Snels dat verandering bij uitstek begint bij meer handelingsruimte voor de publieke dienstverlener (Een jaar geleden interviewde Overheid van Nu Pechtold en Snels uitgebreid over hun boek).
Tijdens Pechtolds verdiepende college op de Dag van het Bestuur 2025 vormt hun boek over ambtelijke tegenspraak het vertrekpunt voor een gesprek - en petit comité verkennen ambtenaren en bestuurders die ruimte aan de hand van persoonlijke voorbeelden.
Iets later die middag heeft de oud D66-politicus een halfuurtje voor een gesprek met Overheid van Nu – zo vertelt een kleurrijk schema in zijn snelhechter hem. In een foyer die uitpuilt van de ambtenaren neemt hij de tijd om langer stil te staan bij de risicoaversie waarvan hij de overheid zojuist beticht heeft: ‘De overheid moet ophouden voor geluksmachine te spelen. We suggereren nog te vaak dat we van alles kunnen: meer dan eerlijk is. Dat leidt tot teleurstelling.’
Gelieve deze opmerking niet door een liberale bril te bekijken, vertelt de sociaalliberaal erbij. ‘Dit bedoel ik niet als argument om in de overheidsorganisatie te kunnen snijden en te sturen op zelfredzaamheid. Maar als je ziet hoe wij als overheid de afgelopen vijf jaar groeien en tegelijkertijd steeds minder voor elkaar krijgen, dan denk ik dat we die trend moeten doorbreken.’
Dan bent u het vast eens met voormalig secretaris-generaal Roel Bekker. Hij zei in een podcast van de Correspondent dat de overheid uitdijt. De overhead-cijfers rijzen de pan uit, maar we krijgen steeds minder gedaan.
‘Precies, we moeten kritischer leren kijken naar ons eigen takenpakket. Vraag je eens af: is wat ik doe heden ten dage nog wel zo relevant? Moet het CBR over tien, twintig jaar nog wel bestaan? De auto wordt immers zelfrijdend. Dan zou de RDW – Rijksdienst Wegverkeer – simpelweg onze taken kunnen overnemen. Nou, dat is bij ons vloeken in de kerk. Die verwondering over het eigen bestaansrecht en die vraag wat je nu eigenlijk echt aan het doen bent en waarom, wordt vaak over het hoofd gezien. Dat is iets waar je voortdurend mee bezig moet blijven.’
Is het gemakkelijk om het zicht daarop kwijt te raken?
‘Die verkokerde uitvoeringswereld, al die hokjes en onze AVG’s (algemene verordening gegevensbescherming) – dat helpt natuurlijk niet mee. Ik pleit er daarom echt voor om geregeld bij de buren te gaan kijken en een gevoel te ontwikkelen bij wat zij doen en waarom.
Als jij bijvoorbeeld een vraag krijgt over iemand in de financiële problemen, dan is er vaak nog wel meer aan de hand. Gegevensbescherming door AVG’s hanteren we met het oog op de privacy van burgers, maar het maakt het voor uitvoeringsorganisaties veel complexer om informatie met elkaar te delen. Die verkokering bemoeilijkt dus een aanpak waarin je het werkelijke probleem van die burger centraal kun stellen.’
‘Durf als ambtenaar de zaak naar je toe te trekken, de spil te zijn in het probleem waaraan je werkt’
Momenteel ontbreekt het volgens u aan een relatie tussen politieke agendavorming en de uitvoeringsorganisaties. De beleidswereld is gefixeerd op de politiek, maar vormt ook een potentiële schakel tussen die twee werelden. Hoe werkt dat?
‘Ga niet altijd uit van je eigen gelijk. Stap achter je pc vandaan en praat met mensen die dagelijks met het vraagstuk werken. Laat je verrassen. Beperk dat niet tot werkbezoeken, maar loop eens mee met een gemeenteambtenaar of een uitvoerder bij DUO of de Belastingdienst. Dan hoor je waarom jouw mooie ideeën soms niet werken en ontdek je waar het eenvoudiger kan.
De gedrevenheid om het anders te doen, het lef om buiten de kaders te denken en de letter van de wet even te laten voor wat hij is: dat is een dagelijkse opgave. Wat kan jou nou gebeuren?’
En toch weet u ook dat heel veel ambtenaren er moeite mee hebben om op zo’n flexibele wijze te manoeuvreren binnen dat systeem
‘Dat gaat ook over bepaalde taakopvattingen in jouw rol als ambtenaar. Ik zeg tegen mijn mensen wel eens: wij zijn geen Ziggo, waar je met de stopwatch aan de telefoon klanten moet binnen hengelen. Wij moeten de tijd nemen voor mensen, de vervolgvraag durven stellen: heeft u het goed begrepen? Anders belt diezelfde burger morgen terug en moet je collega het hele verhaal weer opnieuw aanhoren. Durf de zaak iets meer naar je toe te trekken, de spil in het probleem te zijn in plaats van een lijntje uit te werpen.’
‘Ik zie beleidsnotities vaak door de wasmachine gaan, van scherp naar risicomijdend en afgestompt’
Wat zou er op systemisch niveau moeten veranderen?
‘Zo’n houding moet natuurlijk gepaard gaan met een zeker vertrouwen. Het is aan leidinggevenden om dat vertrouwen te geven. Het middenmanagement moet veel beter luisteren naar wat er op de werkvloer gebeurt en het lef hebben om beleidsnotities intact te laten. Ik zie ze vaak door een wasmachine gaan. Van scherpte, risico’s en alternatieve oplossingen, naar een steeds meer risicomijdend en afgestompt verhaal. Daar moeten we echt mee stoppen. Durf ook eens aan politici voor te leggen wat er wel kan en wat niet kan.’
Nee zeggen is een van je belangrijkste taken, zei u net
‘Exact. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken, het kan niet allemaal morgen, het kan niet allemaal voor een grijpstuiver. Dat realisme en die scherpte, breng dat terug in het proces van beleidsvorming. De ambtenaar kan dat heel goed doen. Sterker nog, dat is zijn taak. De politiek en de maatschappij vragen daarom.
Als wethouder leerde ik dat nee zeggen vaak geen probleem is. Sterker nog, het biedt vaak juist duidelijkheid. Belangenorganisaties waarderen een helder antwoord meer dan een vage belofte om ernaar te kijken – iets waar je voorganger drie jaar later nog mee bezig kon zijn. “Nee” is dus vaak ook een prima manier om richting te bieden.’
‘Stel nou dat ik te maken had met mijn besluit of beslissing, wat zou ik er dan van vinden?’
Hoe beziet u uw eigen rol in dit geheel?
‘Ik noem mezelf graag een bekeerling. En ik zeg daar altijd bij: die zijn het meest fanatiek. Ik hoop, ook met dat boek dat Bart Snels en ik schreven, een bepaald bewustzijn aan te wakkeren bij mensen. Ik hoop mensen zo herkenning te kunnen bieden in elkaars verhalen. Dit is een wijdverbreid probleem waarin we ook van elkaar kunnen leren.’
Waar vind je als ambtenaar handelingsruimte?
‘Besef iedere ochtend wat voor prachtige taak je hebt met het assisteren van de samenleving. Maar zie dit dus als dienstverlenend, zie het niet als een nine-to-five waar het minimale altijd volstaat. Zie het als iets waar je je ziel en zaligheid in mag leggen en waar je keer op keer moet nagaan: stel nou dat ik te maken had met mijn besluit of beslissingen. Wat zou ik er dan van vinden?’